Overijssel na kritiek op windmolenbrief: ‘Wij zien een grote groep die juist vóór is’

De kritiek was fors. Dat de provincie Overijssel vlak na de lokale verkiezingen een brief naar gemeenten stuurde, met de boodschap haast te maken met windmolens – of zij zouden zich ermee gaan bemoeien – voelde voor een aantal regionale politici als ‘onnodig en misplaatst’. Overijssel ziet dat anders, laat het nu weten. ‘We mogen niet gedemotiveerd raken.’

Voor 2030 moet, zo is de afspraak, in Overijssel in totaal 3,3 terawattuur aan duurzame energie worden opgewekt: 40 procent uit zon, 60 procent uit wind. Daar komt de provincie nu bij lange na niet aan. Dat baart zorgen, vooral omdat het aan concrete plannen ontbreekt. Die zorgen deelde het provinciebestuur in een brief aan gemeenten. De strekking: als er niet snel actie komt dan gaat Overijssel zelf plekken benoemen en vastleggen.

Het schoot bij de Onafhankelijke Conservatieve Liberalen (vier zetels) in het verkeerde keelgat, zo liet het blijken in vragen aan het provinciebestuur. Voelt de provincie ‘het negatieve segment’ niet, dat er bestaat tegen windenergie? En dit strookte toch niet met ‘eerdere uitspraken’, dat Overijssel ‘geen druk zou uitoefenen’ op lokale overheden over turbines?

Maar zo ziet Gedeputeerde Staten dat niet. ‘Wij zijn ons bewust van bezwaren die leven bij de ontwikkeling van windprojecten’, schrijft ze. ‘Tegelijkertijd zien wij een grote groep in de samenleving die juist voor windenergie is om daarmee onze bijdrage aan het klimaat te leveren. Het is aan ons als provincie en gemeenten om daarin op basis van een volledig beeld de juiste keuzes te maken.’

Invloed uitoefenen?

De brief is volgens de provincie niet bedoeld om invloed uit te oefenen op lokale formaties, iets wat OCL suggereerde. Wel is het moment van het versturen van de brief ‘gekozen om tijdig de urgentie van de te nemen stappen te benadrukken bij de formerende partijen’.

Overijssel wil immers dat gemeenten zoekgebieden gaan aanwijzen, die zij voor windmolens geschikt achten. Pas bij de vergunningverlening zal naar aspecten als afstanden tot woongebied en geluid gekeken worden. Over die normen buigt het ministerie zich op dit moment nog. Op de uitkomsten daarvan wachten is niet nodig, aldus de provincie, daarbij verwijzend naar een Kamerbrief, waarin de minister juist aangaf dat het ‘belangrijk is dat lokale overheden niet gedemotiveerd raken en het proces geen vertraging mag oplopen’.

Dat er ‘lokale verschillen’ zijn in de manier waarop die doelstellingen gehaald moeten worden, ziet de provincie ook. Daar wordt ook rekening mee gehouden, zo is de belofte.